Krachtigere modellen zijn GEEN betere leraren voor instructieafstemming.Stronger Models are NOT Stronger Teachers for Instruction Tuning
Instructieafstemming is wijdverspreid aangenomen om ervoor te zorgen dat grote taalmodellen (LLM's) gebruikersinstructies effectief opvolgen. De resulterende instructievolgcapaciteiten van LLM's zijn sterk afhankelijk van de instructiedatasets die worden gebruikt voor afstemming. Onlangs zijn synthetische instructiedatasets opgekomen als een economisch haalbare oplossing om LLM's diverse en hoogwaardige instructies te bieden. Bestaande benaderingen gaan echter doorgaans uit van de veronderstelling dat grotere of krachtigere modellen betere leraren zijn voor instructieafstemming, en nemen daarom eenvoudigweg deze modellen over als responsopwekkers voor de synthetische instructies. In dit artikel dagen we deze veel aangenomen veronderstelling uit. Onze uitgebreide experimenten met vijf basismodellen en twintig responsopwekkers tonen aan dat grotere en krachtigere modellen niet per se betere leraren zijn voor kleinere modellen. Wij verwijzen naar dit fenomeen als het Paradox van Grotere Modellen. We merken op dat bestaande metrieken niet nauwkeurig de effectiviteit van responsopwekkers kunnen voorspellen, omdat ze de compatibiliteit tussen leraren en basismodellen die worden fijnafgestemd negeren. We ontwikkelen daarom een nieuwe metriek, genaamd Compatibiliteits-Aangepaste Beloning (CAR) om de effectiviteit van responsopwekkers te meten. Onze experimenten met vijf basismodellen tonen aan dat CAR bijna alle baselines overtreft.